Overzicht van elf pogingen vanaf de kust bij Katwijk

Boulevard Katwijk aan zee voor 1940,   Foto: Katwijks Museum

Naar Engeland

Engelandvaarders vertrokken (onder andere) uit Katwijk en maakten gebruik van een (zeil)kano, een vissersschip, een vlet of een motorboot. Op verschillende manieren hebben jonge mannen het in de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) gewaagd om vanuit Katwijk Engeland te bereiken om daar de strijd tegen de Duitse bezetter op te pakken. Zonder enige ervaring zetten velen koers naar het vrije Westen. Ze moesten proberen niet te worden opgemerkt door de Kriegsmarine en de Luftwaffe, maar ook de zware zeegang vormde een grote bedreiging voor de soms iele en niet zeewaardige bootjes (kano’s) van de vluchtelingen. Ook zeeziekte bracht de opvarenden vaak tot pure wanhoop. De zeeroute was zeker niet de makkelijkste maar wel de meest logische weg naar Engeland. De afstand was relatief kort en men kon in de bootjes veel spionagemateriaal meenemen zoals films en documenten van militaire objecten. Via de landroute was dat moeilijker.
Veel Engelandvaarders moesten hun poging met de dood bekopen. Velen verdronken, stierven voor het vuurpeloton of eindigden in één van de concentratiekampen.

Elf pogingen vanuit Katwijk in 1941

Voor zover bekend zijn 33 jonge mannen betrokken geweest bij elf pogingen, de meeste in een (vouw)kano, om vanaf de kust (strand en de Uitwatering) vanaf Katwijk naar Engeland over te steken. Van deze 33 bereikten acht mannen in vier kano’s na een tocht van enkele dagen Engeland: Coen de Iongh en Robbie Cohen (22 juni 1941), Rudi van Daalen Wetters en Jaap van Hamel (25 juni 1941), Wim en Han Peteri (21september 1941)  en Jan Jacob van Rietschoten en Armand Maassen (27 september 1941). De andere zeven pogingen liepen op een mislukking uit. Sommigen ondernamen een tweede poging over zee of juist over land en bij sommige lukte het toen wel om ondanks vele gevaren in Engeland aan te komen.

Van de 33 personen zijn van 26 de namen bekend.

De vier geslaagde vluchtpogingen per kano vanaf de kust van Katwijk zijn de enige van de 31 die tot nog toe bekend zijn. Slechts drie van de acht Engelandvaarders overleefden de oorlog: Wim en Han Peteri en Rudi van Daalen Wetters.

Kustbewaking met op de achtergrond het Zeehospitium                               Foto: Katwijk in Oorlog

Waarschijnlijk zijn er na 1941 ook nog pogingen vanuit Katwijk ondernomen. Oude krantenartikelen maken melding van een poging in 1943 en een in augustus 1944, beide vanuit de Uitwatering van het gemaal bij Katwijk. Nadere gegevens ontbreken tot op heden.
Ook zijn er in de oorlog Engelandvaarders als spion vanuit Engeland op het strand van Katwijk gedropt. Op 24 februari 1942 landden Ernst de Jonge en Evert Radema zo op het strand.
Meer informatie over deze twee invalshoeken wordt de komende tijd aan de website toegevoegd.

Toelichting
Onderstaand een korte samenvatting, in volgorde van de tijd, van de elf pogingen vanaf de kust bij Katwijk. Bij iedere poging staan de namen (niet allen zijn bekend) vermeld. Verder het resultaat van de poging, in het kort wat er daarna gebeurde en of de vluchtelingen de oorlog hebben overleeft.

Het lezen van de afzonderlijke verhalen kan door

te klikken op de namen bij iedere poging

Er zijn grote verschillen in de beschikbaarheid van gegevens.

In de nacht van 4 op 5 februari 1941 kiezen Johannes Marius Kerkhoff en Adrianus (Aad) Oosters vanaf het strand in Katwijk, zee per kano.

De tocht mislukt en mogelijk zijn beiden verdronken.

In de nacht van 18 op 19 april 1941 bereiken Jhr. Willem Theodoor Cornelis (Pim) van Doorn en Witold Artur Wladislaw (Tolo) Saryusz Makowski, het strand via het Zeehostunneltje, en kiezen zee met een vouwkano, voorzien van zeil. Ze komen door een opstekende storm in nood en worden gered door de bemanning van de Katwijkse logger KW 32, ‘Sakina’.

Pim van Doorn en Tolo Makowski proberen daarna over land Engeland te bereiken. Pim wordt daarbij 11 november 1941 in Frankrijk gearresteerd. Tijdens het tweede grote OD-proces wordt Pim april 1943 ter dood veroordeeld en op 29 juli 1943, samen met 13 andere OD-ers op de Leusderheide gefusilleerd. Tolo en zijn vriend Freek Kragt weten een arrestatie in Brussel te voorkomen en keren terug naar Nederland. Tolo overleeft de oorlog en overlijdt 1995 in Den Haag.

en zeven onbekende mannen

Begin juni 1941 kiezen Hilmar Johannes (Him) de Haan en Jan Heino (Heino) Hommes samen met zeven onbekende mannen met de motorboot vanaf het strand zee. Door het stormachtige weer slaat de motorboot in de branding om. Vijf mannen worden door een Duitse patrouille gearresteerd en zijn later gefusilleerd. Him, Heino en twee anderen van wie de namen onbekend zijn weten te ontsnappen. Later bereiken over land na een lange tocht met ontberingen Him, Hein en Wil Dirks of Servaas Aertsen uiteindelijk Spanje. Wil of Servaas haakte in Frankrijk af en bleef bij familie in Bordeaux achter. Him, Heino en hun vriend werden in Spanje gearresteerd en gevangen gezet. Him wordt ernstig ziek. Door tussenkomst van de Nederlandse consul worden de drie vrienden vrijgelaten. Uiteindelijk komen ze via Trinidad, Curaçao, New York in Canada terecht. De twee vrienden vertrekken na een opleiding in Canada zonder Him naar Engeland. Him kwam weer in het ziekenhuis terecht en komt uiteindelijk later in Engeland aan. Op 8 september 1945 overlijd Him door een motorongeluk in Engeland.

In de nacht van 20 juni 1941 kiezen Conrad Theodor (Coen) de Iongh en Robert Simon (Robbie) Cohen, vanuit de Zuid in Katwijk, zee vanaf het strand met een vouwkano en bereiken na vijftig uur Engeland. Beiden sneuvelen in de oorlog als piloot in dienst van de RAF. Coen de Iongh sterft op 10 juni 1943 tijdens een aanval in de buurt van Gent. Hij stort in zee ter hoogte van Domburg. Robbie Cohen is betrokken bij het bombardement van het gebouw Kleykamp (Rijksinspectie bevolkingsregister) in Den Haag op 11 april 1944. Op 10 augustus 1944 stijgt hij (22 jaar oud) op voor een missie boven Frankrijk waarvan hij niet terugkeert.

In de nacht van 20 op 21 juni 1941 bereiken Rudolf Frederik (Rudi) van Daalen Wetters en Jacob Willem (Jaap) van Hamel het strand van Katwijk via het Zeehostunneltje en kiezen zee met een vouwkano voorzien van zeilen. Na vier dagen worden ze op 25 juni op 30 km voor de kust van Lowestoft opgepikt door een Engels marineschip. Rudi wordt piloot en komt in 1943 terecht bij het Dutch Spitfire Squadron. Jaap is als piloot in dienst van de RAF op 11 april 1944 gesneuveld.

In de nacht van 19 september 1941 vertrekken de broers Henri Bernard (Han) en Willem Herman (Wim) Peteri vanaf het Katwijkse strand ter hoogte van de Voorstraat met een vouwkano (merk Pirat) richting Engeland. Na twee dagen peddelen (56 uur) bereiken ze op 21 september het strand van Sizewell in Suffolk.
Han wordt geplaatst op de Hr. Ms. “Jacob van Heemskerck” en is als korporaal verantwoordelijk voor de radarinstallatie.
Wim Peteri wordt officier en gaat als ingenieur elektrotechniek op weg naar de marinewerf in Soerabaja, Nederlands-Indië. Wim bereikt Soerabaja niet omdat de Japanners intussen Nederlands Indië hebben bezet. Terug in Engeland gaat hij les geven aan Nederlandse matrozen in elektrotechniek.
Wim Peteri overlijdt in 2001 en Han Peteri op hoge leeftijd in 2007.

In de nacht van 24 op 25 september 1941 kiezen Jan Jacob (Jan) van Rietschoten en Armandus Guillaume (Armand) Maassen, Wim Heilbron en Ludolf Jan (Dolf) Scherpbier, ieder met een kano vanaf het strand zee. Heilbron en Scherpbier vertrekken 10 minuten later. Rietschoten en Maassen bereiken na twee dagen op 27 september de Engelse kust. Heilbron en Scherpbier stranden in de branding en staken hun poging. De oud-adelborsten zijn mei 1942 krijgsgevangen gemaakt en pas op 28 april 1945 herkrijgen ze hun vrijheid.

Rietschoten en Maassen overleven de oorlog niet. Rietschoten wordt opgenomen in het Englandspiel en in juli 1944 op de vlucht neergeschoten door de Duitsers.
Maassen wordt in maart 1942 tijdens een dropping op het strand van Katwijk gearresteerd en overlijdt op 13 februari 1943 in kamp Vught.

In de avond van 27 september 1941 kiezen Dik van Swaay en Paul Theodoor Eckenhausen in een zeilkano vanaf het Katwijkse strand. Na een tocht van 72 uur drijven ze door een draaiing van de wind onder de kust van Engeland af en spoelen uitgeput op het strand van Goeree aan.

Van Swaay doet samen met Van Blerkom zes weken later op 14 november een tweede vluchtpoging, deze keer vanuit Scheveningen. Mogelijk zijn de mannen door een patrouilleboot van de Kriegsmarine gesignaleerd. Het lichaam van Dik van Swaay is op 24 mei 1942 op het strand bij Noordwijk aangespoeld en daar begraven. Van Jan van Blerkom is nooit meer iets vernomen.
Paul Eckenhausen overleeft de oorlog in een tuchthuis in München en vertrekt na de oorlog naar Australië waar hij overlijdt.

Op een mooie zomerdag in september 1941 besluiten Jacob Antonie (Jaap) Cohen en Phillip (Frits) Glaser om vanuit de duinen tussen Katwijk en Scheveningen met een vouwkano vanaf het strand zee te kiezen. De voorbereiding van hun poging wordt door een veldwachter ontdekt en het plan gaat niet door. Later bereikt Jaap Cohen in de winter van 1941-1942 Engeland alsnog over land. Cohen overleeft de oorlog en wordt later hoogleraar aan de Leidse Univerisiteit. Frits Glaser bereikt in de zomer van 1942 Zwitserland over land en weet na een aantal arrestaties steeds te ontsnappen. Na de oorlog gaat Glaser met zijn gezin naar Israel en vestigt zich als internist.

Tussen eind september en begin oktober 1941 verstoppen Oscar Willem de Brey, Johan Willem (Pim) de Bruyn Kops, Govert W. van den Bosch en Jhr. C.F.E. (Frederik) Trip de twee gekochte vouwkano’s op het terrein van het Zeehospitium in Katwijk. Ze willen via het Zeehostunneltje ontsnappen. De Duitsers zijn extra waakzaam omdat spullen uit de kano van de broers Peteri zijn aangespoeld. Ze kammen de omgeving uit en vinden hun kano’s. Later bereiken Oscar de Brey en Pim de Bruyn Kops over land in december 1942 toch Engeland.
Oscar de Brey is op 6 september 1944 in Mauthausen op gruwelijke wijze vermoord. Pim de Bruyn Kops wordt RAF piloot en overleeft de oorlog. Zo ook Frederik Trip en Govert v.d. Bosch.

Ergens in de herfst van 1941 doet Balthe Roelof (Bart) Kooning samen met zijn vriend Jan een poging om met een sloep vanuit de Uitwatering bij Katwijk naar Engeland te ontsnappen. in de Schie bij Overschie hadden ze maanden gewerkt aan het zeewaardig maken van de sloep.

Bart, en waarschijnlijk ook Jan, worden gearresteerd en overgebracht naar de strafgevangenis ‘het Oranjehotel’ in Scheveningen. Na zes maanden worden ze in vrijheid gesteld. Bart heeft tot het eind van de oorlog ondergedoken gezeten.
Over Jan is verder niets bekend.

Bronnen:

• Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, dr. L. de Jong, deel 9;
• Vrijheid achter de horizon, Jan Bruin en Jan van der Werff, 1998;
• Tulpen voor Wilhelmina, Agnes Dessing , 2004;
• Gedenkboek van het verzet der Delftsche studenten en docenten gedurende de jaren 1940-1945;
• Openbare informatie en beelden op Internet.

Uitvoerige informatie over de geraadpleegde bronnen staat vermeld bij de afzonderlijke pogingen.